Geneesmiddelen en verkeersdeelname

Informatie

In deze cursus krijgt u een overzicht van de ontwikkelingen van de afgelopen 30 jaar op het gebied van geneesmiddelen met een effect op het reactievermogen en deelname aan het verkeer.

Bestuurders mogen nooit autorijden als ze daar redelijkerwijs niet goed toe in staat zijn. Niet met een been in het gips, een arm in mitella, oververmoeidheid of slecht zicht door een vette oogzalf. Ook niet als men merkt duf en onoplettend te zijn door een bijwerking van een geneesmiddel. 

De in 2008 in de Nederlandse apotheken geïntroduceerde categorisering van rijgevaarlijke geneesmiddelen is daarom vooral bedoeld voor die middelen waarbij de gebruiker vaak zélf niet doorheeft dat zijn rijvaardigheid beïnvloed is.

In veel apotheken werd tot die tijd al veel mondelinge informatie verstrekt, werden eerste-uitgiftefolders meegegeven met daarin een algemene opmerking over het onderwerp en kreeg men de fabrieksbijsluiter mee met de bijwerkingen. Een enkele keer gaf de apotheek een folder mee specifiek over geneesmiddelen in het verkeer. Bijvoorbeeld de folder van de KNMP.

Toch had deze voorlichting niet het gewenste effect op het rijgedrag van gebruikers. De waarschuwing bleek te vrijblijvend en bood zowel de gebruiker als de voorlichter weinig houvast.

Deze cursus gaat nader in op de belangrijkste geneesmiddelgroepen met een invloed op de rijvaardigheid en de factoren die de rijgevaarlijkheid bepalen. Hiermee beschikt u over een handvat voor een goed advies aan de patiënt en eventueel aan de huisarts.

De cursus is geschikt gemaakt voor de farmaceutisch consulent door C. Seeling, farmaceutisch consulent.

Leerdoelen

Na afloop van deze cursus:

  • kent u de achtergrondinformatie over de factoren die de rijgevaarlijkheid bij de individuele patiënt bepalen
  • kent u in grote lijnen de belangrijkste wettelijke bepalingen over het geneesmiddelengebruik in het verkeer
  • bent u op de hoogte van de belangrijkste nieuwste onderzoeksresultaten en de ontwikkelingen van de afgelopen 25 jaar 
  • heeft u meer inzicht in de achtergronden en het nut van goede voorlichting door de apotheek over geneesmiddelen en rijvaardigheid
  • weet u welke naslagwerken en informatie u kunt raadplegen om de patiënt te adviseren over geneesmiddelen en verkeersdeelname 
  • beschikt u over handvatten waarmee u een goed en rijveilig advies aan de patiënt kunt onderbouwen
     

Docent

  • drs. M.D. Vijverberg-Vermaas
    Marjolijn Vijverberg heeft Farmacie gestudeerd in Utrecht en is in 1992 afgestudeerd als apotheker. Ze is twaalf jaar werkzaam geweest als openbaar apotheker. Daarnaast was zij gedurende vijf jaar secretaris en lid van het dagelijks bestuur van het KNMP Departement Utrecht. Sinds enkele jaren is zij vanuit haar eigen bedrijf FarmAparte werkzaam als auteur van schriftelijke geaccrediteerde nascholingen voor apothekers en apothekersassistenten. Daarnaast schrijft ze voor diverse medisch farmaceutische uitgevers teksten op het gebied van voorlichting over medische aandoeningen en geneesmiddelen.

Reviewer

  • H. Wolschrijn

    Hilka Wolschrijn heeft haar apothekersopleiding in Amsterdam gevolgd. In de jaren 1989 -1990 is zij actief geweest bij het project om geneesmiddelen te kunnen indelen naar hun effect op de rijvaardigheid. Sinds die tijd is zij meerdere malen bij verschillende projecten hierover betrokken geweest. Daarnaast werkt zij sinds 1987 vooral op het gebied van schriftelijke en mondelinge voorlichting over geneesmiddelen. Onder andere op de Universiteit Utrecht en later als zelfstandige bij Bruring&Wolschrijn.